Eigengereid magazine · voeding · opvoeding · gezondheid · rasgids Geen fokker: geen puppies te koop
Cane Corso Fokker.nl Het Cane Corso-magazine zonder opdrachtgever
Geschiedenis

Van Romeinse oorlogshond tot Italiaanse boerendief

Weinig rassen hebben zo'n keerpunt gekend: eeuwenlang een onmisbare werkhond op het Zuid-Italiaanse platteland, in de jaren zeventig bijna volledig verdwenen; en vandaag een van de populairste molossers van Europa.

De naam zegt veel over de oorsprong. Cane betekent in het Italiaans gewoon 'hond'; corso wordt meestal herleid op het Latijnse cohors, de omheining of het erf; de Corso was dan ook van oudsher 'de hond die het erf bewaakt'. Andere verwijzingen gaan terug naar het Griekse kortos of op de provincie, maar de lezing van de hoeder past het best bij de functie die het ras eeuwenlang had.

Een molosser met een staat van dienst

Voorouders van de Corso worden meestal gezocht bij de Romeinse molossers, de zware oorlogs- en amfitheaterhonden van de oudheid, waarover al in de klassieke literatuur wordt geschreven. Na de val van het Romeinse Rijk verschoof de rol van deze honden van het slagveld naar het land: ze bewaakten hoeves en vee, trokken als drijfhond mee met kuddes en hielpen jagers bij de jacht op groot wild, vooral het wilde zwijn. In de eeuwen die volgden ontstonden in Italië verschillende regionale typen zware werkhonden, waarvan de Cane Corso er één was, geen showhond, maar een gereedschap met vier poten.

De boerendief van het Zuiden

Zo'n functieomschrijving klinkt romantisch, maar het werk was het niet. In Puglia, Basilicata en rond San Severo in het zuiden was de Corso de hond van de kleine boer: overdag dreef en beschermde hij het vee, 's nachts bewaakte hij het huis en de oogst, en op jacht moest hij een opgejaagd wild zwijn vasthouden tot de jager er was. Die taken vroegen precies wat het ras vandaag nog tekent: kracht, moed, zelfstandigheid én een fijne afstemming op zijn baas. Een boer had geen geld aan een hond die niet luisterde.

Bijna uitgestorven

De twintigste eeuw was bijna fataal voor de Corso. Mechanisatie nam het werk van de hond over, de oorlogen putten het platteland uit en rassen die niet in een standaard stonden, telden simpelweg niet. Rond 1970 waren er nog maar enkele tientallen herkenbare exemplaren, verspreid over afgelegen boerderijen in het zuiden. Dat het ras niet verdween, is te danken aan een klein gezelschap liefhebbers dat in de jaren zeventig systematisch op zoek ging naar de laatste working Corsi's, de dieren beschreef en met elkaar kruiste om het type te behouden.

De wederopbouw

In 1983 werd de Società Amatori Cane Corso (SACC) opgericht, die een eerste rasstandaard opstelde en de fokkerij organiseerde. De Italiaanse kennelclub ENCI erkende het ras in 1994; de FCI volgde met een voorlopige en later definitieve erkenning, die in 2007 voltooid was. Vanaf dat moment ging het snel: de Corso veroverde eerst Italië, daarna de rest van Europa en ook Nederland, waar hij vandaag tot de bekendere grote rassen behoort.

De Corso in Nederland

In Nederland groeide het ras vanaf de jaren negentig en vooral na de eeuwwisseling van zeldzaamheid naar vertrouwd gezicht. Dat bracht ook groeipijnen: snel groeiende populariteit trekt handel en overhaaste fokkerij aan, met alle gezondheids- en karaktervragen van dien. De laatste jaren staat het ras daarom steviger onder de loep, met gezondheidsonderzoeken, fokkerijafspraken en voorlichting als tegenwicht. Voor wie nu een Corso overweegt, is dat goed nieuws: de kennis over voeding, opvoeding en gezondheid is nooit beter geweest dan vandaag, en een deel daarvan vind je terug in de artikelen van dit magazine.

Wat de geschiedenis leert

Wie vandaag een Cane Corso in de woonkamer heeft, heeft een hond die eeuwenlang is gevormd door werken náást de mens: waaks zonder doelloze agressie, zelfstandig zonder eigenwijs, gehecht aan 'zijn' gezin. Die geschiedenis is geen curieuze bijzaak maar de sleutel tot de opvoeding; en de reden dat socialisatie en training bij dit ras zo centraal staan, zoals we uitleggen in ons artikel over training en gehoorzaamheid.

Jaartallen

  • Oudheid, Romeinse molossers als voorouder van de Italiaanse werkhonden.
  • 19e–20e eeuw: Corso als vee-, bewakings- en jachthond in Zuid-Italië.
  • ± 1970: ras dreigt te verdwijnen; herontdekking begint.
  • 1983: oprichting SACC en eerste rasstandaard.
  • 1994; erkenning door de Italiaanse kennelclub ENCI.
  • 2007, definitieve erkenning door de FCI.