Gedrag bij huishonden is voor een groot deel afgeleid van het roedelgedrag in de natuur.
Samenstelling roedel in de natuur
Alpha reu en/ of teef
dominante houding, rustig
dreigt/ vecht alleen indien alpha-rang wordt bedreigd
neemt de leiding bij actie (jacht, confrontaties)
reu leiding "buitenshuis", teef leiding "binnenshuis"
Dominante dieren/ subdominante dieren
Dominante houding, onrustig
Proberen regelmatig naar een hogere rang te komen
Neemt veel initiatief
Jonge dieren
Van 3 maanden tot 3 jaar (hoe ouder, hoe hoger in rang)
Welpen
Nestrangorde (oudere dieren zijn zeer tolerant naar welpen)
Underdog
laten alles over zich heen komen en vluchten altijd
Algemeen: het zit in de aard van een hond om altijd hoger in rang proberen te komen
Samenstelling roedel in een gezin
Goed |
Fout |
| Moeder Vader Dochter 18 jaar Zoon 14 jaar Hond
Dochter 8 jaar |
Hond
Moeder Dochter 18 jaar Vader Zoon 14 jaar Dochter 8 jaar |
Algemeen: Bij een onduidelijke postitie is een hond onrustig. Bij een duidelijke positie is een hond rustig.
Hoe leert een hond?
Er zijn 3 soorten gedrag:
Aangeboren gedrag
Aangeboren gedrag is geheel erfelijk bepaald. Je kan hierbij denken aan uitschudden, krabben, de lichaamshouding, het ronddraaien voor ze gaan liggen. Dit gedrag is bij de geboorte al aanwezig en er is dan ook geen oefening of ervaring voor nodig. "Afwijkingen" in dit gedrag is niet te corrigeren.
Aangeleerd gedrag
Aangeleerd gedrag kan erfelijk bepaald zijn, maar dat hoeft niet. Dit gedrag ontwikkeld zich voornamelijk in de 4e tot en met de 12e week. Voorbeelden van aangeleerd gedrag zijn:
De ervaringen die het dier op doet bepalen voor een groot deel het gedrag. Afwijkingen in geleerd gedrag zijn moeilijk te corrigeren.
Geschoold gedrag
Net als bij aangeleerd gedrag kan geschoold gedrag deels erfelijk bepaald zijn, d.m.v. het karakter van het dier. De ene hond leert makkelijker dan de andere hond.
Geschoold gedrag, zoals zit, blijf, af, sta, speuren en volgen, ontwikkeld zich vooral na de 12e week. Afwijkingen in geschoold gedrag zijn meestal goed te corrigeren. Ook hier bepalen de ervaringen van het dier het gedrag.
Hier komt dus uit voort: Gewenst gedrag moet beloont worden (= positieve ervaring) en ongewenst gedrag moet gecorrigeerd of vermeden worden.
Bron: Dierenbescherming

dit moet een hond dus niet leren!!!