pootjes.gif (1380 bytes)   Gedrag en Gehoorzaamheid   pootjes.gif (1380 bytes)

 

Gedrag bij huishonden is voor een groot deel afgeleid van het roedelgedrag in de natuur.

Samenstelling roedel in de natuur

Alpha reu en/ of teef

dominante houding, rustig

dreigt/ vecht alleen indien alpha-rang wordt bedreigd

neemt de leiding bij actie (jacht, confrontaties)

reu leiding "buitenshuis", teef leiding "binnenshuis"

Dominante dieren/ subdominante dieren

Dominante houding, onrustig

Proberen regelmatig naar een hogere rang te komen

Neemt veel initiatief

Jonge dieren

Van 3 maanden tot 3 jaar (hoe ouder, hoe hoger in rang)

Welpen

Nestrangorde (oudere dieren zijn zeer tolerant naar welpen)

Underdog

laten alles over zich heen komen en vluchten altijd

 

Algemeen: het zit in de aard van een hond om altijd hoger in rang proberen te komen

 Samenstelling roedel in een gezin 

Goed

Fout

Moeder

Vader

Dochter 18 jaar

Zoon 14 jaar

Hond

Heeft aandacht voor de baas

Afwachtend

Accepteert en reageert goed op correcties

Dochter 8 jaar

Hond

Neemt zelf initiatief (luistert niet)

Verdedigt gezin

Meestal erg druk/ onrustig

Dreigt/ vecht wanneer er gecorrigeerd wordt

Accepteert zelf geen correctie

Moeder

Dochter 18 jaar

Vader

Zoon 14 jaar

Dochter 8 jaar

Algemeen: Bij een onduidelijke postitie is een hond onrustig. Bij een duidelijke positie is een hond rustig.

 

Hoe leert een hond?

Er zijn 3 soorten gedrag:

Aangeboren gedrag

Aangeboren gedrag is geheel erfelijk bepaald. Je kan hierbij denken aan uitschudden, krabben, de lichaamshouding, het ronddraaien voor ze gaan liggen. Dit gedrag is bij de geboorte al aanwezig en er is dan ook geen oefening of ervaring voor nodig. "Afwijkingen" in dit gedrag is niet te corrigeren.

Aangeleerd gedrag

Aangeleerd gedrag kan erfelijk bepaald zijn, maar dat hoeft niet. Dit gedrag ontwikkeld zich voornamelijk in de 4e tot en met de 12e week. Voorbeelden van aangeleerd gedrag zijn:

De ervaringen die het dier op doet bepalen voor een groot deel het gedrag. Afwijkingen in geleerd gedrag zijn moeilijk te corrigeren.

 

Geschoold gedrag

Net als bij aangeleerd gedrag kan geschoold gedrag deels erfelijk bepaald zijn, d.m.v. het karakter van het dier. De ene hond leert makkelijker dan de andere hond.

Geschoold gedrag, zoals zit, blijf, af, sta, speuren en volgen, ontwikkeld zich vooral na de 12e week. Afwijkingen in geschoold gedrag zijn meestal goed te corrigeren. Ook hier bepalen de ervaringen van het dier het gedrag.

Hier komt dus uit voort: Gewenst gedrag moet beloont worden (= positieve ervaring) en ongewenst gedrag moet gecorrigeerd of vermeden worden.

Bron: Dierenbescherming

dit moet een hond dus niet leren!!!