Stap 1: de roots

Om beter te kunnen begrijpen wat het menu van onze hond zou moeten zijn, eerst een terugkijk naar z´n oorsprong:

De wilde voorvader van onze huishond was de wolf.
De wolf van toen was een groot roofdier, levend op het noordelijk halfrond in de bossen en op de toendra.
’s Winters jaagde hij in troepen (paks) van zo’n 20 dieren op wiseten, elanden, herten en kariboes.
’s Zomers vielen die troepen uiteen in kleinere familiegroepen en werd er gejaagd op hazen, bevers en jonge hoefdieren. Daarmee bestond zijn menu uit plantenetende prooidieren en het aas en uitwerpselen van die dieren. Aangevuld met wilde vruchten en wortelstokken.

De jongen werden aanvankelijk door de moeder gezoogd en vervolgens door alle volwassen leden van de familie gevoed. Eerst werd de verslonden prooi opgebraakt voor de kleintjes; het was dan klein gemaakt en deels verteerd. Dit werd gevolgd door het voor ze meenemen van, eerst nog kleine, prooidelen. Tijdens het spel onder toezicht van de volwassenen ontdekten de welpen vanzelf de vruchten en wortelstokken. Daarna werden de jonge dieren toegelaten tot de totale verse prooi waar zij zelf aan leerden eten. Tenslotte werd hun al doende geleerd hoe zelf een prooi te vangen.
De wolven hadden een uiterst belangrijk instinct om te kunnen kiezen wat zij wel moesten eten en wat zij niet konden eten, omdat het niet nodig of zelfs schadelijk was voor ze.
 

Naar stap 2  Terug naar "Voeding"