Stap 3: waar zou het eten van onze hond aan moeten voldoen?

De basis van het leven is het voortbestaan van de soort. Daarvoor is het nodig dat het individu volgroeid en voortplant: het individuele dier moet volwassen worden en dan zorgen voor nageslacht. Op micro niveau gezien berust dit op celaanmaak.

Celaanmaak t.b.v. groei -> groter worden,
celaanmaak t.b.v. herstel -> afgesleten/versleten cellen moeten vervangen worden en celaanmaak -> jongen verwekken/voldragen/werpen/zogen.

Voor nieuwe celaanmaak zijn bouwstenen nodig: de eiwitten en suikers
en is brandstof nodig: de vetten.

Die bouwstenen en brandstof moet passen bij de specifieke bouwstenen en brandstof van de reeds aanwezige cellen, dus passend bij de soort. Om die reden, in stap 1, eerst de beschrijving wat de verre voorouder van de hond, die nog zelf zijn voedsel mocht kiezen uit het natuurlijke aanbod.

In de grote periode van domesticatie tot ongeveer het heden werd het voedsel in toenemende mate samengesteld door de mens, vanuit de inzichten en de smaak van de mens, en dat is toch een andere als de oerbehoefte van de hond. De hond kreeg met het door mensen aangeboden voedsel wel bouwstoffen en brandstoffen aangeboden maar niet in de juiste hoeveelheid, verhouding en van de juiste afkomst. Omdat de spijsvertering van de hond het, voor hem lichaamsvreemde aanbod niet goed kan verwerken, er niet de juiste grondstoffen voor zijn groei en voortbestaan uit kan halen, ontstaan er tekorten/gebreken. Het is bewonderens waardig dat de soort nog bestaat hoewel hij nauwelijks nog te vergelijken valt met de voorouder.

Voor een, zo optimaal mogelijk, menu voor onze hond gaan we dus uit van wat en hoe zijn voorouders gewend waren te eten maar doen dit wel met dat wat nu realiseerbaar is.
 

Naar stap 4  Terug naar "Voeding"